Keuken

Zoals we op de linker foto uit 1953 zien was van "keuken" eigenlijk nog geen sprake. Het voorportaal was een open ruimte zonder plafond. Alleen het onderwiel was afgeschermd met een wand (en zelfs die was bij de inrichting van de woning in 1774 nog afwezig). De trap naar boven was gewoon zichtbaar, en deze ruimte had niet eens een plafond; je keek omhoog tot de vloer van de rookzolder. Er was een stookplaats waar een kolenfornuis zal hebben gestaan, met een gemetselde schoorsteen naar de rookzolder (rechter foto uit 1960).

In 1962 is, met de komst van waterleiding, en het feit dat mijn moeder altijd enorm op de tocht stond in deze "keuken", het interieur nogal veranderd. De oude schoorsteen werd gesloopt, er kwam een granieten aanrechtje, er kwam een plafond in, de achterkant van de trap werd dichtgemaakt met hardboard, en er kwam een deur vr de trap. Nu pas was er echt sprake van een (geheel gesloten) keuken. Aanvankelijk kookte mijn moeder op butagas (de fles stond achter het gordijntje) met een tweepits gasstel. In 1968, toen we een 3-fasen aansluiting kregen, werd het elektrisch koken.

 

De mooie klok op de foto is bij een inbraak door een paar knapen in 1961 gesneuveld. Door vernieling van een plank van het pothuis waren ze achter het scheprad om en langs het scheprad omhoog geklauterd,  hadden de dekplanken boven het scheprad verwijderd, kwamen zo op de tussenzolder achter de schoorsteen uit, en zijn bij de pijl tussen schoorsteen en achtkantstijl naar beneden geklommen. De keukenklok werd hierbij vernield en achter de trap gesmeten. Schoorsteenvaasjes lagen op de grond.

Maar dat was niet het enige, ze hebben overal tot en met in de bedden een enorme ravage achtergelaten van gevonden drank en koeken.

 

Op de oude foto uit 1953 zien we dat mijn vader, ondanks de afwezigheid van waterleiding, toch een voorziening met een wasbakje had gemaakt. Op de tussenzolder stond een groot zinken vat van 80 liter. Daarvandaan liep een slang (op de foto zichtbaar) naar een kraan boven de gietijzeren gootsteen. Aanvankelijk werd het vat op de tussenzolder met emmers water vanuit de regenput van de schuur gevuld. Al gauw liet mijn vader door Poland een leiding aanleggen van die put naar dat vat, met hier op de trapopgang een vleugelpomp. Op die manier konden we met een poosje zwengelen het vat met regenwater vullen. Voor drinkwater was dit regenwater ongeschikt. Daarvoor namen we vanuit Amsterdam altijd een jerrycan leidingwater mee.

 

Op de foto uit 1960 is te zien hoe scheef de keukenvloer toen nog liep! Later is die vernieuwd en waterpas gelegd. De consoles van het plankje op de rand van de schoorsteen zijn bewaard gebleven, en dragen nu nog een plank boven het huidige aanrecht op deze plaats.